|
Heb ik echt rijangst?
|
waar
|
niet waar
|
|
Door mijn rijangst kan ik moeilijk mijn beroep uitoefenen
|
|
|
|
Door mijn rijangst bezoek ik minder vaak mensen en instanties dan ik zou wensen
|
|
|
|
Door mijn rijangst vermijd ik geregeld autorijden
|
|
|
|
Door mijn rijangst ben ik aangewezen op anderen
|
|
|
|
Door mijn rijangst ben ik onzeker over mijzelf geworden
|
|
|
|
Ik durf niet eerlijk uit te komen voor mij rijangst tegenover anderen
|
|
|
|
Als ik met de auto zou moeten rijden, ben ik van tevoren al onrustig
|
|
|
|
Ik neem als gevolg van mijn angst andere routes dan wanneer ik geen angst zou hebben
|
|
|
|
Op snelwegen durf ik vaak niet in te halen
|
|
|